Signalen in kaart brengen

Signalen in kaart brengen

Breng de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze vast

Doe ook de Kindcheck

Doe ook de Kindcheck Image

Breng de signalen die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten in kaart en leg deze vast

Leg (de uitkomsten van) de contacten over de signalen vast, evenals de stappen die worden gezet en de besluiten die worden genomen.

Ook de gegevens die de signalen weerspreken leg je vast.
Bij het in kaart brengen van signalen volg je de protocollen en aanwijzingen van je eigen organisatie of praktijk. Voor een overzicht van signalen die kunnen wijzen op huiselijk geweld of kindermishandeling kijk op onze signalenlijst.

Kindcheck

De kindcheck is een verplicht onderdeel van de meldcode. De kindcheck richt zich op professionals met volwassen cliënten en is een verplicht onderdeel binnen de meldcode. De kindcheck valt onder stap 1 van de meldcode en is aan de orde wanneer volwassen cliënten in een (medische) situatie verkeren die minderjarige kinderen ernstige schade kan berokkenen. De professional onderzoekt in dat geval in een gesprek met de cliënt of er kinderen bij de cliënt wonen en wie er voor hen zorgen. Op basis van deze informatie beslist hij of hij verder actie moet ondernemen door de verdere stappen van de meldcode te zetten.

De kindcheck geldt ook voor professionals die wel kinderen zien, maar zich zorgen maken op basis van oudersignalen terwijl er geen kind signalen zijn.

Zorgvuldig vastleggen van signalen

  • Beschrijf de signalen zo feitelijk mogelijk;
  • Beschrijf bij voorkeur signalen die je zelf hebt waargenomen;
  • Is het noodzakelijk ook signalen van anderen te melden, vermeld daarbij de bron;
  • Wees volledig, dit wil zeggen beschrijf ook signalen die het vermoeden ontkrachten;
  • Leg je ook hypothesen en veronderstellingen vast, vermeld dit dan uitdrukkelijk;
  • Maak een vervolgaantekening als een hypothese of veronderstelling later wordt bevestigd of ontkracht;
  • Leg diagnoses alleen vast als ze zijn gesteld door een bevoegde professional.

Signalen van geweld in een zorg- of onderwijsrelatie

Signalen van geweld in de zorg- of onderwijsrelatie, gepleegd door een professional ten opzichte van een cliënt of leerling, vallen buiten het bereik van de meldcode. In dat geval zijn andere wetgeving en andere stappen aan de orde, zoals het informeren van de leidinggevende en/of de directie en het inschakelen van de betreffende inspectie. Zo geldt in de jeugdzorg een meldplicht voor professionals als zij weten dat een medewerker zich schuldig heeft gemaakt aan kindermishandeling. In het onderwijs geldt een meldplicht in geval van een zedenmisdrijf gericht tegen een minderjarige leerling gepleegd door een medewerker van de school. Sinds 1 juli 2013 geldt in de kinderopvang een meldplicht in geval van signalen van seksueel misbruik en andere vormen van geweld. In de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 is een meldplicht opgenomen voor aanbieders van maatschappelijke ondersteuning. Dit houdt in dat wanneer er sprake is van geweld van de kant van beroepskrachten of, in bepaalde gevallen, van geweld tussen cliënten, aanbieders van maatschappelijke ondersteuning dit dienen te melden bij de gemeentelijke toezichthouder.

Signalen van geweld tussen cliënten of tussen leerlingen

Signalen over mogelijk geweld gepleegd tussen cliënten, zoals bijvoorbeeld geweld tussen bewoners van een instelling, tussen bewoners van een gezinshuis, of tussen leerlingen op school, vallen niet onder het stappenplan van de meldcode.

De signalen van mogelijk geweld vallen wél onder de meldcode als het geweld zich afspeelt tussen partners die beiden cliënt zijn van de instelling, bijvoorbeeld als echtgenoten samen in een verpleeghuis, een gezinshuis of een andere instelling wonen.


 
NAAR STAP 2
 
 
^

Kind Check

VRAAG 1

Zijn er signalen van ouderproblematiek zoals huiselijk geweld, middelenmisbruik, ernstige psychiatrische problematiek die bedreigend zijn voor kinderen?

VRAAG 2

Zorgt uw cliënt voor kinderen of is uw cliënte zwanger?

 

Vragen die u kunt stellen:

  • Wonen er minderjarige kinderen bij u in huis?
  • Deelt u de zorg met iemand anders?
  • Hebt u een (ex)partner wiens kinderen u geregeld ziet?
  • Bent u mogelijk zwanger?
  • Wanneer er kinderen zijn die niet in huis wonen: hoe vaak ziet u de kinderen, ziet u de kinderen alleen? Lukt het u om de kinderen voldoende zorg en veiligheid te bieden?
  • Hebt u hulp bij de verzorging van de kinderen?
  • Zou u zorg wensen bij de verzorging van uw kinderen?

Vraag 3

Hebt u vluchtig of eenmalig contact met uw cliënt?

Vertel uw cliënt dat u Veilig Thuis om advies vraagt

mits de veiligheid dit toelaat. In overleg met Veilig Thuis kunt u besluiten een melding te doen bij Veilig Thuis of zelf hulp te organiseren. AFSLUITEN

Vraag 3 heeft u met NEE beantwoord.

Volg de stappen van de meldcode.
AFSLUITEN

Vraag 2 van de kindcheck heeft u met NEE beantwoord.

Kindcheck gereed.
AFSLUITEN

ANTWOORD 1

Vraag 1 van de kindcheck heeft u met NEE beantwoord. U ziet geen signalen die bedreigend zijn voor het kind.


Kindcheck
gereed.